Van stekeblind naar helder ziend: hoe mijn oma inzicht gaf

Geschreven door: Kristel de Jonge

IMG 0093

Mijn omaatje met mijn oudste zoon Izzy (hier 1, inmiddels 15)

Mijn oma zag haar hele leven geen steek. Ironisch, gezien het feit dat ze dol was op breien. Op nummer twee van haar hobbylijst stond Scrabble, en dat speelden we veelvuldig. De witte stenen met letters liet ze tussen duim en wijsvinger vlak voor haar ‘goede oog’ bungelen, om zo te zien wat er op haar plankje terecht was gekomen. ‘Haha! Ik heb je!’, grijnsde ze dan. Maar hoe scherp ze ook was, hoe alert en ad rem, er waren ook dingen die ze niet aankeek...

Ik ben altijd dol op haar geweest. Mijn omaatje. Hoewel ze oerhollands was, een uit de klei getrokken Friese, zagen mensen haar dikwijls aan voor Indonesisch. Pikzwart haar, dik en stug. Een scherpe tong en een wat voorover gebogen houding. Ad rem, grappig, cynisch. Als ze je ‘moest’, was het dolle pret. Was je afgekeurd, dan kwam het niet meer goed.

Wereldwijs
Ze nam geen blad voor de mond en toen de kinderen geboren werden, liep mijn opa achter de kinderwagen. Ook de stofzuiger werd door hem bestuurd. ‘Niet meer dan logisch’, vond ze. ‘Bespottelijk’, vonden de mensen uit de buurt.
Op haar 70e, wat toen gewoon nog heel oud was, nam ze zwemlessen na een levenlang watervrees en begon een cursus Engels. ‘Je moet toch een beetje bijblijven?’. Ze wist van de wereld, zo voelde ik dat.

Ik was haar eerste kleinkind. Zo trots als een pauw was ze, en ze hield me stevig vast. Ook zonder zicht zag ze me. En wat ze zelden tegen haar eigen kinderen uitsprak liet ze mij regelmatig per bijna onleesbare, hanenpoterige brief weten: ‘Ik hou van jou, kind’. Ik noemde haar vaak per ongeluk ‘mama’. Zoals nu mijn eigen dochter mijn moeder soms ‘mama’ noemt. History repeats.

Aan mijn rechter ringvinger draag ik haar ring -goud, fijntjes- met een robijn. Het is de enige ring die ik nooit af doe, mijn oma reist altijd met me mee. In de moeilijkste momenten aai ik over de steen en verschijnt ze aan me, fluistert me boodschappen toe, stopt me stiekem scrabblestenen toe. Laat ze bungelen voor mijn oog, met haar pretoogjes erachter. ‘Blijven spelen, kind!’ giebelt ze dan, als ik de wereld weer eens te serieus neem. 

Wegkijken
Toch waren er ook dingen die ze niet aankeek. Moeilijke dingen die onuitgesproken bleven, onaangeraakt, onaangeroerd. Dingen waarvan ik voelde dat er spanning op zat, schaamte. Familiehistorie, misschien. Dingen die belangrijk waren om aan te kaarten. 

Dus dat deed ik. Ik was 18 en begon aan een opleiding als vaktherapeut. Tja, dan moest ik zelf ook mijn shit aankijken, vond ik. Dus ik sprak met familieleden, onderzocht, reflecteerde, was eerlijk. Kaartte moeilijke thema’s en gebeurtenissen aan. Ze wist dat ik dat deed, maar wilde er niet specifiek over spreken. ‘Ik weet het niet hoor’, zei ze dan. Of: ‘Ik deed ook maar wat,’

Mijn oma eindigde in het duister. Haar zicht verslechterde, en ze dementeerde. Tegelijkertijd. De weg kwijt zijn in het donker. Dag na dag, maand na maand, jaar op jaar. We verloren haar. ‘Mag ik alsjeblieft dood?’, vroeg ze me. ‘Ik wil niet meer!’, schreeuwde ze. Ik wanhoopte, ik huilde. Ik kon niet meer bij haar zijn, ik verdroeg het niet. Oma in het donker. Lieve oma Hillie van der Zee, zoekend naar haar ziel en zin. 

Lichtje erop
Haar duisternis is mijn motivatie om dat wat in de schaduw van families zit in het licht te zetten. Omdat ik tijd niet zie als lineair. Alles is al-tijd. En door nu te transformeren wat in onze gedeelde schaduw zit, schijn ik nieuw licht op haar snoet, op dat van haar moeder, op die van onze voormoeders. Zo schep ik door haar, met haar, een nieuw perspectief. Een nieuwe tijdlijn. Door me niet te verstoppen, maar aanwezig te zijn in het leven. Zodat wij, alle vrouwen uit deze lijn, alle vrouwen die waren en die zullen zijn, steeds een stapje verder in het licht kunnen stappen. 

‘Jaja, het zal allemaal wel. Pak nou maar een kop thee voor me, kind.’ 
Is goed, oma, is goed. 


IMG 2856
Mijn oma (het middelste meisje) met haar broers en zussen

Nb: voor deze gelegenheid, het schrijven over generaties, heb ik toch mijn geboortenaam uit de kast getrokken, Kristel de Jonge, in plaats van de naam die ik dagelijks draag: Kristel Keuren. En ik moet zeggen: het voelt goed. Misschien hou ik hem wel. Ik ben er ten slotte mee geboren. 

Verander je inbox in een schatkist

Meld je aan voor onze nieuwsbrief met tips, tricks & tools en hoor als eerste over de nieuwste events.